Alleen combinatie van maatregelen kan astma en allergie terugdringen

Astma en allergie komen veel voor in Nederland. Een deel van de kinderen met astma en allergie wordt geboren uit ouders met dezelfde aandoeningen, maar voor de meerderheid geldt dat niet. Omgevingsfactoren spelen ook een belangrijke rol, maar de precieze invloed van milieufactoren op het ontstaan van allergie en astma is nog grotendeels onbegrepen. Heb je eenmaal astma, dan verergert blootstelling aan vervuilde lucht – door verkeersuitstoot, tabaksrook maar ook allergenen – de klachten.

Dit advies gaat over trends in het vóórkomen van allergie en astma, over de rol van omgevingsfactoren daarbij, en over omgevingsmaatregelen waarmee klachten van astma en allergie verminderd en misschien zelfs voorkomen kunnen worden. De kennis is nog ontoereikend voor het geven van goed onderbouwde adviezen over de meeste milieufactoren, maar het is wel duidelijk dat de strijd op diverse fronten moet worden gestreden. Dit schrijft de Gezondheidsraad in een advies dat vandaag is aangeboden aan de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu.

Astma is een chronische aandoening die wordt gekenmerkt door terugkerende episodes van piepen, kortademigheid, druk op de borst en hoesten. Astma kent een allergische en een niet-allergische verschijningsvorm. Allergie is een overgevoeligheidsreactie op bepaalde allergenen en kan tot uiting komen in longen, neus en/of huid.

Op basis van huisartsenregistraties wordt het aantal personen met astma in Nederland geschat op bijna 520 000: 30 per 1 000 mannen en 35 per 1 000 vrouwen. Zo’n vier tot zeven procent van de basisschoolkinderen heeft klachten van astma. Daarmee is astma op dit moment de meest voorkomende chronische ziekte onder kinderen in Nederland. Kinderen van astmatische of allergische ouders vormen een risicogroep voor het ontwikkelen van deze aandoeningen. De meeste kinderen met astma en allergie worden echter geboren uit ouders die deze aandoeningen niet hebben. Daarom zou voor álle kinderen bijgehouden moeten worden of ze astma of allergie ontwikkelen, zodat ze zo nodig ook snel geholpen kunnen worden.

Sinds de jaren negentig van de vorige eeuw zijn verschillende onderzoeken gestart naar de invloed van omgevingsfactoren op astma en allergie. De meeste van deze onderzoeken zijn nog niet afgerond. Uit de nu beschikbare resultaten kon de commissie van de Gezondheidsraad die dit advies opstelde daarom slechts een beperkt aantal conclusies destilleren.

Mensen die last hebben van astma of allergie zouden zo min mogelijk in aanraking moeten komen met de prikkels die hen klachten bezorgen. Het gebruik van huisstofmijtwerende matras- en beddengoedhoezen of speciale luchtfilters verlaagt de blootstelling in de dagelijkse praktijk echter onvoldoende om de klachten meetbaar te verminderen. Op de individuele patiënt toegesneden combinaties van interventies zijn mogelijk effectiever, maar er is nog onvoldoende onderzoek gedaan om nu praktische adviezen te kunnen geven. Niet in tabaksrook verblijven, helpt zeker.

Ouders die willen voorkomen dat hun kind astma of allergie krijgt, doen er verstandig aan om tijdens en na de zwangerschap niet te roken en om ten minste drie tot vier maanden alleen borstvoeding te geven. Pogingen om door enkelvoudige maatregelen ter vermindering van blootstelling aan allergenen het ontstaan van astma en allergie te voorkomen, zijn tot nu toe mislukt. Ook hier geldt dat combinaties van
interventies mogelijk effectiever zijn.

Er zijn veel aanwijzingen dat luchtverontreiniging buitenshuis en binnenshuis een nadelige invloed heeft op het beloop van luchtwegaandoeningen. Zinvolle preventiemaatregelen door de overheid zijn bijvoorbeeld het terugdringen van de verkeersuitstoot en het op voldoende afstand van drukke wegen bouwen van gevoelige bestemmingen zoals woningen en scholen. Ter preventie van het ontstaan van astma en allergie is volgens de commissie op dit moment alleen voldoende onderbouwing voor een krachtig rookontmoedigingsbeleid.

Op dit moment zijn nog verschillende grote onderzoeken naar astma en allergie gaande. De commissie beveelt een gecombineerde analyse aan van gegevens uit de diverse Nederlandse en zo mogelijk buitenlandse onderzoeken. Met die gegevens zijn wellicht over een paar jaar beter onderbouwde aanbevelingen en praktijkadviezen mogelijk. De commissie beveelt dan ook aan om over een jaar of vijf de stand van de kennis opnieuw te bezien.

De publicatie ‘Astma, allergie en omgevingsfactoren’ (nr 2007/15) is te downloaden
van www.gr.nl en in een papieren versie op te vragen bij het secretariaat van de Gezondheidsraad, fax (070)3407523, e-mail: order@gr.nl. Nadere inhoudelijke inlichtingen verstrekt drs. M. Drijver, tel. (070)340 51 65, e-mail marjon.drijver@gr.nl.

Dit bericht is geplaatst in Nieuws. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>